Lotte bij de Leij (Den Helder, 1981)

In 1981 werd ik geboren in het ziekenhuis van Den Helder. Ik groeide op Texel op en verhuisde op mijn 18de naar Den Haag. Door mijn jeugd op Texel ervoer ik de stad in eerste instantie als indrukwekkend. Langzaamaan leerde ik Den Haag kennen. Al fietsend, lopend en trammend groeide mijn interesse voor de stad. Het Plein en de Grote Markt met de Boterwaag waren voor mij al snel plaatsen waar ik graag 's avonds met mijn vrienden heen ging. Overdag wandelen over het Spuiplein, verrast door het water uit de fontein of fietsend langs het fotomuseum naar het strand. Den Haag had mij veel, heel veel te bieden.

Diversiteit
Na een jaar in Rotterdam te hebben gestudeerd, besloot ik aan de Haagse Hogeschool te starten met de opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming. In het kader van deze opleiding begon ik Den Haag op een heel andere manier te zien. Met het bezoeken van de vele kunstzinnige en culturele instellingen leerde ik meer over de diversiteit en maatschappelijke verscheidenheid in de stad. Hiermee groeide mijn interesse in de maatschappelijke aspecten van Den Haag. Ikzelf als Nieuwe Hagenaar begon steeds meer binding te voelen met de stad. Dit kwam in de eerste plaats door mijn nieuw verworven kennis van en over Den Haag en in de tweede plaats door mijn contact met de vele verschillende bewoners.

Sociale cohesie
Ik begon me thuis te voelen. Mijn opleiding zorgde ervoor dat ik meer ging nadenken over betrokkenheid, burgerschap en sociale cohesie. Ik wilde graag een rol spelen in het betrekken van mensen uit de maatschappij. Want, zo had ik zelf ondervonden, het deelnemer zijn van het maatschappelijke leven, geeft je het gevoel dat het ook jouw stad is.
Hoewel geschiedenis voor mij niet mijn eerste interesse was, merkte ik wel dat ik geïnteresseerd raakte in de mensen en hun persoonlijke verhalen, het leven van vroeger, de sociale geschiedenis. 
Tijdens het project kwam ik in contact met enkele Hagenaars, geboren en getogen in de stad.  Zij vertelden mij, bijzonder openhartig, over hun herinneringen en jeugdervaringen. Over hoe het vroeger was. Foto's kwamen uit de kast en hoewel het voor sommigen erg moeilijk was om zich de details te herinneren, was het voor mij alsof ik er een beetje bij was geweest.

Wasgoed
Ik sprak onder andere met de familie Van Velsen, de tweede vrouw van Leo van Velsen, en met de kinderen van André van Velsen. André en Leo waren de zonen van A.W. van Velsen, oprichter van de grafsteenhouwerij aan de Jacob Catsstraat. Hun verhalen lieten het leven in de Schilderswijk vanaf de jaren dertig voor mij stukje bij beetje tot leven komen. Zoals vaker het geval is waren er veel verhalen die niet met foto's werden ondersteund. Over het wekelijks poetsen van de bellen, over de spelletjes op straat en over de geur van het wasgoed.
De familie woonde met opa en oma, zoon André en zijn vrouw en hun kinderen in het pand aan de Jacob Catsstraat 50, naast en boven de grafsteenhouwerij die op nummer 48 stond. De steenhouwerij van Andre van Velsen was opgericht in 1933. Eerst zat de steenhouwerij op andere plekken in Den Haag, maar wegens geluidsoverlast moesten zij daar vertrekken. Tot ze een vergunning kregen om in 1945 de steenhouwerij in de Jacob Catsstraat 48 te starten. Hier werkte André van Velsen met zijn beide zonen tot de sloop in 1975.



Reacties: Geen berichten
Uw reactie
Naam (Log in): 
E-mailadres: 
Onderwerp: 
Bericht: